Inleiding
Purine nucleoside fosforylase deficiëntie is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met
‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is
nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken
van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun
werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof
kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel. Als dit tot klachten leidt, noemen
we het een stofwisselingsziekte.
Achtergrond
Purines, evenals pyrimidines, behoren tot de bouwstenen van DNA en RNA,
die blauwdrukken vormen van levende wezens. Daarnaast zijn purines onderdeel van ATP,
dat een belangrijke energieleverancier is in ons lichaam. DNA, RNA en ATP worden
voortdurend afgebroken en opgebouwd. Purine nucleoside fosforylase (PNP) is
een enzym dat een rol speelt in de afbraak van de purinebouwstenen. De afwezigheid
(deficiëntie) van PNP leidt tot stapeling van purine producten, die met name de
vermeerdering van zogenaamde T-lymfocyten remmen. Omdat de vorming van antistoffen
in zgn. B-lymfocyten mede afhankelijk is van een groep van die T-cellen, zal een deficiëntie
van PNP leiden tot een ernstige stoornis in de afweer (immuundeficiëntie). De vorming van
antistoffen is echter niet geheel onderdrukt.
PNP deficiënte patiënten zijn extreem gevoelig voor virusinfecties, zoals mazelen. Daarnaast
maken neurologische afwijkingen deel uit van deze ziekte. Het mechanisme van het ontstaan
van neurologische afwijkingen in PNP deficiëntie is niet bekend.
Het defecte of ontbrekende enzym
Het verband tussen afwezigheid van PNP en de afweerstoornis is tot dusver niet
volledig opgehelderd. Evenmin is een relatie met de neurologische problemen bekend.
Zeldzaamheid
Wereldwijd zijn er ongeveer 30 patiënten bekend met purine nucleoside fosforylase
deficiëntie.
Symptomen
De ziekte openbaart zich meestal tussen het eerste en zesde levensjaar, zelden later. Het
begint met steeds terugkerende infecties en groeiachterstand. In de loop van het eerste
levensjaar ontwikkelt zich een ernstig tekort aan witte bloedcellen (lymfocyten) in het bloed.
Patiënten zijn snel gevoelig voor virale infecties (waterpokken, de bof, herpesvirus) en
vaccinaties. Ook ernstige, chronische schimmelinfecties (met Candida) op de huid, in het
bijzonder rond de nagels en van de slijmvliezen komen veelvuldig voor.
Een derde van de patiënten heeft bloedarmoede, twee derde van de patiënten heeft
progressieve neurologische achteruitgang met spasticiteit,
bewegingsstoornissen, geestelijke achteruitgang en gedragsproblemen. Een derde van de
patiënten krijgt een auto-immuunziekte. Bij de auto-immuunziekte, die het meeste gepaard
gaat met Purine nucleoside fosforylase deficiëntie, worden de rode bloedcellen afgebroken
(hemolytische anemie). Dit leidt tot ernstige bloedarmoede.
Kinderen overlijden meestal aan een virale infectie of lymfeklierkanker. Patiënten worden
meestal niet ouder dan 30 jaar.
Diagnose
Door afwezigheid van urinezuur en hoge hoeveelheden purine producten in urine onderzoek
worden sterke aanwijzingen gevonden voor Purine nucleoside fosforylase deficiëntie.
In het bloed wordt een ernstig tekort aan T-cellen gevonden en de diagnose wordt bevestigd
door enzymactiviteit te meten in de rode bloedcellen. Prenataal onderzoek is mogelijk.