Inleiding
Erythropoietische protoporfyrie is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. In het
algemeen wordt met ‘stofwisseling’ bedoeld het omzetten en verwerken van stoffen in ons
lichaam bedoeld. De stofwisseling door het enzym ferrochelatase vindt plaats in het
beenmerg (de bloedcellen) en de lever De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons
lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling
verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel,
terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd
wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een
stofwisselingsziekte.
Achtergrond
Erythropoietische protoporfyrie (EPP) werd voor het eerst beschreven in 1961 door de arts
Magnus. EPP wordt gekenmerkt door fotosensitiviteit, overgevoeligheid voor zonlicht, van
de huid.
Porfyrie
Porfyrieën zijn stofwisselingsziekten waarbij een enzym, dat betrokken is bij de aanmaak van
heem (ijzer protoporfyrine), defect is. Heem is een molecuul met een ijzeratoom en is
zodoende onderdeel van verschillende ijzerbevattende eiwitten. Een voorbeeld hiervan is
hemoglobine. Hemoglobine is het eiwit dat bloed rood kleurt en ervoor zorgt dat zuurstof
van de longen naar alle organen getransporteerd wordt. De aanmaak van heem vindt
voornamelijk plaats in het beenmerg en de lever en bestaat uit acht opeenvolgende
stappen. Bij al deze stappen zijn enzymen betrokken en kunnen ook enzymdefecten
optreden. Deze defecten leiden tot ophoping van verschillende tussenproducten waaronder
porfyrinogenen en protoporfyrine. Patiënten met één van de porfyrieën, zoals acute
intermitterende porfyrie (AIP) vertonen acute buikpijn gevolgd door neurologische
symptomen, of fotosensitiviteit, overgevoeligheid voor licht, met of zonder blaar- en
litteken-vorming. De symptomen zijn afhankelijk van de specifieke porfyrie en kunnen ook
samen voorkomen. De verschillende porfyrieën op een rijtje: – δ-Aminolevulinezuur dehydratase – Acute intermitterende porfyrie – Congenitale erythropoietische porfyrie (ziekte van Gunther) – Porfyrie cutanea tarda – Hepato-erythropoietische porfyrie – Hereditaire coproporfyrie
– Porfyrie variegata – Erythropoietische protoporfyrie
Fotosensitiviteit
Zonlicht bestaat uit UV-licht en zichtbaar licht van verschillende kleuren. De straling van de
zon dringt door tot in de huidcellen. UV-licht zorgt voor bruin kleuren van de huid en maar
kan ook schadelijk zijn (verbranden). Zichtbaar licht heeft normaal gesproken geen effect op
de huid bij mensen. Bij EPP patiënten is er een stapeling van protoporfyrine in de huid.
Protoporfyrine absorbeert de straling van paars, blauw en groen licht, waarbij een
chemische reactie plaatsvindt. Door deze reactie beschadigt protoporfyrine de cellen in de
huid. Het gevolg is pijnklachten, die worden omschreven als het steken van naalden. Ook
wordt het afweersysteem geactiveerd, wat leidt tot zwelling en roodheid van de huid.
Mensen met EPP zijn hierdoor erg gevoelig voor deze kleuren licht, die in normaal zonlicht
voorkomen. Kunstlicht is soms sterk genoeg om eenzelfde reactie op te wekken.
Het defecte of ontbrekende enzym
Bij EPP is het enzym ferrochelatase (FECH) verminderd actief. FECH is het enzym dat
protoporfyine IX omzet in heem, de laatste stap van de aanmaak van heem. Door het defect
in FECH stapelt protoporfyrine zich op in de weefsels en het bloed. Protoporfyrine stapelt
ook op in de huid en zorgt daar voor fotosensitiviteit.
Zeldzaamheid
EPP is een zeldzame ziekte, maar de meest voorkomende porfyrie. In België komt het bij 1
op de 75.000 levendgeborenen voor. De aandoening komt bij mannen en vrouwen ongeveer
evenveel voor.
Symptomen
Patiënten met EPP hebben meestal in de kindertijd bij de eerste blootstelling aan zonlicht al
direct pijnlijke overgevoeligheid. De huid prikt en brandt op de blootgestelde gebieden
tijdens of kort na de blootstelling aan zonlicht. Deze reactie kan uren of dagen duren,
afhankelijk van de intensiteit en tijdsduur van de blootstelling. Bij langere blootstelling kan
er roodheid, zwelling en stipvormige blauwe plekken (petechiën) optreden. Er treedt
meestal geen blaarvorming op.
Herhaalde blootstelling leidt tot verdikking van de huid of een leerachtig oppervlak, meestal
op de handen en in het gezicht.
Ongeveer 20% van de patiënten ontwikkelen galstenen (bilirubine pigmentstenen). Sommige
patiënten (1-4%) ontwikkelen leverziekte, die acuut tot dodelijk leverfalen kan leiden.
Leverziekte wordt veroorzaakt doordat uit het bloed gefilterde protoporfyrine neerslaat in
de lever. Het is niet te voorspellen of een patiënt leverziekte zal ontwikkelen. Daarom
moeten EPP patiënten regelmatig de leverfunctie laten controleren.
Diagnose
De diagnose wordt overigens vaak lang gemist, doordat de klachten na blootstelling aan
zonlicht tussen de 12-24 uur aanhouden en daarna compleet verdwenen zijn, als er geen
verdere blootstelling aan zonlicht volgt. Als overgevoeligheid voor zonlicht is vastgesteld,
kan de karakteristieke pijnlijke huidreactie zonder blaarvorming de basis vormen voor het
vermoeden van EPP. Met diagnostische tests kan men vervolgens aantonen of het gehalte
protoporfyrine in rode bloedcellen en bloedplasma verhoogd is. Om zeker te weten welk
type protoporfyrine aanwezig is, moet de reactie op licht (fluorescentie) van dit
lichtgevoelige molecuul gemeten worden. Ook in de ontlasting kan het protoporfyrine
gehalte verhoogd zijn. Als laatste kan ook de FECH-activiteit in een weefselmonster (bloed)
bepaald worden.
De specifieke afwijking in het gen stelt men vast met genetische tests. Hierna kan men ook
andere familieleden nakijken op dragerschap of op de aanwezigheid van EPP.