Inleiding
Hypofosfatasemie is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met ‘stofwisseling’
wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig
voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het
vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam,
waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling
verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de
cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer
gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit
noemen we een stofwisselingsziekte.
Achtergrond
Hypofosfatasemie werd voor het eerst beschreven in 1948 door de Canadese
kinderarts Rathbun. Het belangrijkste kenmerk van de ziekte is een afwijkende
botopbouw.
Oorzaak
De oorzaak van de ziekte is een verlaagde activiteit van het enzym alkalische
fosfatase. Het enzym alkalische fosfatase komt voor in de lever, botten en nieren. Dit
enzym zorgt normaal gesproken voor een goede opbouw van bot.
Door het enzymtekort treedt een ophoping op van de voorlopers van het enzym. Eén
van die voorlopers is het zogenoemde anorganisch pyrofosfaat. Deze stof remt
normale skeletmineralisatie, maar stimuleert afzetting van calciumfosfaatkristallen.
Hierdoor ontstaat gebrekkige mineralisatie van het bot. Ook mineralisatiestoornissen
in de tanden en het bot van de kaak treden vaak op. Dit leidt tot vroegtijdig uitvallen
van tanden en gaatjes.
Zeldzaamheid
Hoe vaak hypofosfatasemie voorkomt in West-Europese landen is niet bekend. Uit
onderzoek blijkt dat de ernstige vormen van de ziekte voorkomen bij 1 op de 100.000
mensen. De mildere vormen komen waarschijnlijk vaker voor.
Symptomen
Patiënten met hypofosfatasemie hebben een abnormale opbouw van het bot en de
tanden. De symptomen kunnen sterk variëren, van problemen met de vorming van
een gezond gebit tot vervormde ledematen. De borstkas kan ook onvoldoende
ontwikkeld zijn, waardoor een onderontwikkeling van de longen kan ontstaan.
Daarnaast kan een verhoogde hoeveelheid kalk in de urine leiden tot beschadiging
van de nieren. Hoe jonger de leeftijd waarop de eerste symptomen optreden -een
baby kan als gevolg van deze aandoening al tijdens de zwangerschap overlijden-
des te ernstiger zal de aandoening zijn.
Er zijn vier vormen van de ziekte te onderscheiden: perinatale, infantiele, juveniele
en adulte hypofosfatasemie. Symptomen ontstaan respectievelijk rond de geboorte,
op de zuigelingleeftijd, op de kinderleeftijd en op volwassen leeftijd.
Perinatale hypofosfatasemie
Bij deze ernstigste vorm van hypofosfatasemie, overlijdt de baby vaak al in de
baarmoeder. Als het kindje wel geboren wordt, heeft het kenmerkende verkorte en
vervormde ledematen, zachte schedelbeenderen en onvoldoende botvorming. Vaak
zijn de borst en de longen niet goed ontwikkeld, waardoor ademhalingsproblemen
kunnen ontstaan. Een baby met deze ziekte groeit vaak niet voldoende. Andere meer
algemene kenmerken zijn: huilen op hoge toon, prikkelbaarheid, braken, korte
periodes van niet-ademen, koorts en bloedarmoede. Ook kunnen bloedingen in de
hersenen en epileptische aanvallen optreden.
Infantiele hypofosfatasemie
Bij kinderen met infantiele hypofosfatasemie ontstaan de eerste symptomen vaak in
de eerste zes levensmaanden. Meestal hebben ze voedingsproblemen, onvoldoende
groei en onvoldoende spierspanning. Vaak valt bij de baby een abnormale vorm van
de borst op, die het gevolg is van vormveranderingen van de ribben. Deze afwijking
van de ribben geeft een verhoogde kans op infecties, zoals een longontsteking, en
op kortademigheid.
Ook andere delen van het skelet kunnen afwijkingen vertonen. Vaak is er sprake van
veel calcium in de urine, wat schadelijk is voor de nieren. Van de kinderen met deze
vorm sterft ongeveer de helft als gevolg van een luchtweginfectie, doordat de longen
dan onvoldoende hun werk kunnen doen. Na de zuigelingenleeftijd verbetert
de prognose duidelijk.
Juveniele hypofosfatasemie
De meeste kinderen met juveniele hypofosfatasemie verliezen op de babyleeftijd een
of meer tanden van hun melkgebit. Het blijvend gebit kan zich normaal ontwikkelen,
maar soms zijn er problemen in de zin van het laat doorkomen van het gebit,
loszitten van tanden en kiezen en veel gaatjes. Een aantal kinderen heeft een
achtergebleven lengtegroei en kenmerken van de zogenoemde ‘Engelse ziekte’
(onder meer O-benen). Bij de meeste kinderen treedt spontaan verbetering op.
Adulte hypofosfatasemie of odontohypofosfatasemie
Mensen met deze vorm van hypofosfatasemie krijgen op volwassen leeftijd meestal
eerst tandproblemen (loszittende tanden en gaatjes). Later kunnen ook ook
problemen aan het skelet met breuken, lage rugpijn, gewrichtspijn en
gewrichtsontstekingen ontstaan. Vaak blijkt dat er op de kinderleeftijd ook (milde)
symptomen zijn geweest, die weer verdwenen. Sommige patiënten hebben alleen
tandproblemen.
Diagnose
De diagnose wordt meestal vermoed op grond van de symptomen. Voor de
bevestiging is bloedonderzoek in een metabool laboratorium nodig.
Prenatale diagnostiek
Als er al eerder in het gezin een kindje met hypofosfatasemie is geweest, is
prenatale diagnostiek mogelijk om bij een volgende zwangerschap. Met behulp van
een vlokkentest kan men hypofosfatasemie voor de geboorte vaststellen. Er wordt
dan DNA-onderzoek gedaan om de hoeveelheid alkalische fosfatase te bepalen. De
perinatale vorm is soms voor de geboorte door middel van echo-onderzoek te
diagnosticeren.