Inleiding
Hypofosfatemische rachitis is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met
‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is
nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken
van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun
werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof
kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke
product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of
meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.
Achtergrond
Het belangrijkste kenmerk van Hypofosfatemische rachitis is een afwijkende botopbouw.
Het ziektebeeld lijkt in alle opzichten op rachitis (of Engelse ziekte: een botaandoening die
ontstaat door een tekort aan vitamine D), maar Hypofosfatemische rachitis is ongevoelig
voor alleen behandeling met vitamine D.
Oorzaak
Het ziektebeeld is het gevolg van een afwijking in het PHEX-gen (phosphate regulating gene
with homology to endopeptidase on the X-chromosome). Het gen codeert voor een zink
metallopeptidase. Het PHEX-eiwit is onder andere aanwezig in botten en tanden, maar niet
in de nieren. Het gevolg van de ziekte is fosfaatverlies via de nieren, een afwijkende vitamine
D stofwisseling en abnormale botsamenstelling.. Op een nog onbekende manier
stimuleert PHEX de aanmaak van FGF23 in de osteocyte en deze verhoging van FGF23 in
serum veroorzaakt het fosfaatverlies via de nieren en de stoornis in de Vitamine D
stofwisseling.De fosforconcentratie in het serum wordt hierdoor verlaagd.
De afwijkingen worden verspreid over het PHEX-gen gevonden. Soms is er sprake van een
nieuw ontstane mutatie. Het afwijkende gen komt dan niet in de familie voor.
Zeldzaamheid
Hoe vaak Hypofosfatemische rachitis voorkomt in West-Europese landen is niet bekend.
Symptomen
Aan het eind van de zuigelingenperiode worden de klinische symptomen, zoals
botverkromming en gestoorde lengtegroei, duidelijk. De symptomen worden duidelijk
wanneer het kind start met lopen. Er is een kromming van de boven- en onderbenen, wat
leidt tot waggelgang en groeiachterstand in de lengte. Bij nader onderzoek kan dan een
toegenomen polsomvang en verdikking van kraakbeen / botovergang aan de ribben worden
vastgesteld (rozenkrans). Het voorhoofd kan een meer uitgesproken vorm hebben en er kan
ook abnormale samengroeiing van de schedel (craniosynostose) optreden. Kinderen kunnen
klagen over bot- en gewrichtspijn. Uitgesproken spierziekte is afwezig. Er is een vertraging in
het doorbreken van de tanden, gestoorde glazuurvorming en een frequent optreden van
tandabcessen [PHEX speelt hierbij locaal een rol]. Mannen hebben meestal meer klachten
dan vrouwen. Er zijn ook mildere vormen die op latere leeftijd duidelijk worden.
Volwassenen, met name mannen, kunnen last krijgen van een stijve rug en minder
beweeglijke gewrichten. Aanhechtingspijn (pijn in de pezen die de spier met het botweefsel
verbinden) kan optreden. Met een goede behandeling kan de neerslag van calcium in de
nieren grotendeels worden voorkomen. In een recent Engels onderzoek was de volwassen
lengte bij 19 mannen 162 cm en bij 40 vrouwen 153 cm.
Diagnose
De vermoedelijke diagnose wordt meestal gesteld door het uitsluiten van allerlei ziektes. Er
zijn uiterst zeldzame, maar ook in België voorkomende ziekten, die sterk lijken op dit
ziektebeeld, maar die een andere behandeling behoeven. Een consult van een expert is
nodig.