Inleiding
De ziekte van Seitelberger is een erfelijke stofwisselingsziekte. Met stofwisseling
wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig
voor de opbouw van weefsels, zoals spieren botten en organen en voor het
vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam,
waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling
verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de
cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer
gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit
noemen we een stofwisselingsziekte.
Achtergrond
Seitelberger beschreef in 1954 een hersenziekte bij jonge kinderen, waarbij de
ijzerconcentratie in de hersenen meestal verhoogd is. Daarom valt de ziekte van
Seitelberger, ook wel Infantiele neuroaxonale dystrofie genoemd, binnen de groep
aandoeningen die samen worden genoemd “Neurodegeneration with brain iron
accumulation” (NBIA; neurodegeneratie met stapeling van ijzer in de hersenen).
Deze naam wijst op het gemeenschappelijke aspect wat zij delen, namelijk de
ijzerstapeling. Behalve ijzerstapeling ziet men op de MRI van de hersenen ook dat
het cerebellum (de kleine hersenen) in omvang afneemt. De kleine hersenen zorgen
voor de coördinatie van bewegingen om ze vlot en nauwkeurig te maken.
IJzerstapeling
Mensen met NBIA hebben een hoog ijzergehalte in de basale ganglia in hun
hersenen. De basale ganglia reguleren de bewegingen. De precieze relatie tussen
ijzerstapeling in de hersenen en de symptomen is nog niet duidelijk.
Een ander typisch verschijnsel bij deze patiënten is dat de uiteinden van de
zenuwcellen verdikt zijn en er “rommel” (zogenaamde “spheroid bodies”) verzamelt,
wat er niet hoort te zijn. Vaak wordt deze stapeling pas ontdekt nadat de patiënt
overleden is en er autopsie uitgevoerd wordt. Bij de ziekte van Seitelberger worden
spheroid bodies ook aangetroffen in de zenuwuiteinden buiten het centrale
zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) en kan een stukje weefsel (biopt) van de
huid, zenuw of spier genomen worden voor onderzoek.
Het defecte enzym bij de ziekte van Seitelberger
De ziekte wordt veroorzaakt door een defect in het PLA2G6 gen, dat codeert voor
een calcium-onafhankelijke groep VI phospholipase A2, dat nodig is voor een goed
milieu voor de cel. De veranderingen in het DNA zorgen voor veranderingen in de
stofwisseling van de fosfolipiden, wat leidt tot abnormale stapeling van ijzer in
zenuwcellen.
Zeldzaamheid
De ziekte van Seitelberger is in een zeldzame stofwisselingsziekte. Slechts ongeveer
honderd gevallen zijn in de literatuur beschreven. Enkele malen zijn twee
ziektegevallen binnen een gezin beschreven.
Ziekten die in de categorie NBIA vallen
NBIA is een verzamelnaam voor een groep ziekten waarbij abnormale hoeveelheden
ijzer stapelen in de hersenen wat leidt tot een progressieve bewegingsstoornis en
algemene neurologische achteruitgang. Tot nu toe zijn er vier verschillende genen
bekend die NBIA veroorzaken.
Ziekten die onder deze categorie vallen:
Voormalige ziekte van Hallervorden-Spatz
PKAN (pantothenate kinase-associated neurodegeneration)
INAD (infantiele neuroaxonale dystrofie)
Atypische neuroaxonale dystrofie
Neuroferritinopathy
Aceruloplasminemia
HARP syndroom
Symptomen
De eerste symptomen treden in de eerste twee levensjaar op. Het begint met een
ontwikkelingsachterstand in het lopen en praten. Kinderen gaan zowel lichamelijk als
geestelijk (snel) achteruit. Ze verliezen vaardigheden die ze geleerd hadden. Hun
spieren worden slap en later stijf (spastisch), vooral in hun armen en benen.
Kinderen gaan slechter zien doordat de oogzenuw beschadigd raakt en het kan
leiden tot blindheid. In het eindstadium van de ziekte zijn kinderen meestal blind en
hebben ze hun bewegingen niet meer onder controle.
Doordat steeds meer zenuwen aangetast worden, worden kinderen tussen het vierde
en zesde jaar bedlegerig en raakt alle contact verloren. De uiteindelijke ziekteduur
varieert meestal tussen de drie en acht jaar. Deze ziekteduur is sterk afhankelijk van
de behandeling van de complicaties van een bedlegerig leven met ernstige
verlammingen, voedingsstoornissen, verslikken, obstipatie (verstopping) en
luchtweginfecties. Meestal overlijden kinderen voor hun tiende levensjaar.
Diagnose
Op een MRI kunnen aanwijzigingen gevonden worden die wijzen op de ziekte van
Seitelberger. Er is meestal een biopt (stukje weefsel) van huid, zenuw of spier nodig
om de vermoede diagnose te bevestigen. Uiteindelijk kan de ziekte in veel gevallen
op DNA-niveau worden bewezen door veranderingen (mutaties) in het
erfelijkheidsmateriaal (de genen) aan te tonen.