Inleiding
Het syndroom van Lesch-Nyhan is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met
‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld.
Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor
het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons
lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de
stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt
zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal
niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden.
Dit noemen we een stofwisselingsziekte.
Achtergrond
Het syndroom van Lesch-Nyhan werd voor het eerst beschreven in 1964 door de
artsen Lesch en Nyhan. Dit defect in de stofwisseling van purines veroorzaakt bij de
patiënten – vrijwel altijd jongens – ernstige lichamelijke beperkingen en bizar zelf
verwondend gedrag.
Het defecte of ontbrekende enzym
Het syndroom van Lesch-Nyhan wordt veroorzaakt door een defect in
het enzym HGPRT (hypoxanthine-guanine phosphoribosyl transferase). Dit enzym
speelt een belangrijke rol in de opbouw van purines, onderdelen van het menselijk
DNA. Door dit enzymdefect produceren patiënten overmatig grote hoeveelheden
urinezuur en andere afbraakproducten van purines, die worden uitgescheiden via
hun urine.
Zeldzaamheid
Het syndroom van Lesch-Nyhan is een zeldzame stofwisselingsziekte die vrijwel
alleen bij jongens voorkomt. Wereldwijd wordt de ziekte vastgesteld bij 1 op de
380.000 geboortes. Het is onbekend hoeveel patiënten er zijn in België.
Symptomen
Jongetjes met het syndroom van Lesch-Nyhan worden normaal geboren en
ontwikkelen zich meestal de eerste maanden schijnbaar normaal. Het eerste
vreemde kenmerk is dat zij in hun urine oranje kristallen uitscheiden, die er uitzien
als fijn zand. Dit vinden ouders dan in de luier van het kind. In een enkel geval leidt
de ontdekking hiervan tot een vroege diagnose, maar vaak wordt de oranje
uitscheiding niet als alarmerend opgevat.
Na ongeveer een half jaar wordt duidelijk dat de ontwikkeling van de patiënt
vertraagd is. Vaak bereiken de jongens de normale mijlpalen zoals rollen en zitten
niet en kunnen zij hun hoofd moeilijk zelf ondersteunen, wat hen vaak onder
aandacht van een kinderarts brengt. Vaak hebben ze ook een verlaagde
spierspanning. De motorische ontwikkeling van Lesch-Nyhan patiëntjes is zo slecht
dat vrijwel geen van hen leert te lopen. Met enige hulp kunnen ze vaak wel leren
zitten in een rolstoel. Vrijwel alle patiënten maken onvrijwillige, meestal spastische
bewegingen.
Een opvallend en voor de patiënt invaliderend symptoom van de ziekte is dat
patiënten zelf verwondend gedrag vertonen. In de meeste gevallen gaat het om
bijten, in de lippen en de handen. De patiënten bijten daarbij zo hard dat uiteindelijk
weefselverlies kan optreden. Andere vormen van zelfverwonding zijn slaan, bonken
met het hoofd, handen opzettelijk tussen (auto)deuren steken of het plotseling
uitsteken van armen wanneer ze een deur doorgaan. De patiënten hebben geen
abnormale pijnbeleving, waardoor zij wel degelijk pijn voelen bij de verwondingen.
Het lijkt erop dat het zelf verwondende gedrag onvrijwillig is en dat de patiënt er geen
controle over heeft.
Patiënten kunnen ook naar anderen (onvrijwillig) agressief gedrag vertonen.
Veel patiënten hebben naast hun lichamelijke beperking ook een lichte tot matige
verstandelijke handicap, maar er zijn ook enkele patiënten bekend die verstandelijk
vrijwel normaal functioneren. Alle patiënten functioneren cognitief beter dan
lichamelijk.
Vanaf hun geboorte scheiden Lesch-Nyhan patiënten grote hoeveelheden urinezuur
en andere purine afbraakproducten uit via hun urine. Zonder behandeling leidt deze
uitscheiding tot nier schade en uiteindelijk falen van de nieren. Bij onbehandelde
patiënten is dit nierfalen vaak de oorzaak van vroegtijdig overlijden, vaak voor het
tiende levensjaar. Met medicijnen is de nier schade echter tegen te gaan, waardoor
patiënten een aanzienlijk hogere levensverwachting hebben. De meeste patiënten
worden tussen de 20 en 40 jaar oud.
Diagnose
De diagnose voor het syndroom van Lesch-Nyhan kan met laboratoriumonderzoek in
een UMC gesteld worden. Onderzoek van het uitscheidingspatroon in de urine geeft
vaak een sterke aanwijzing. Daarnaast kan in bloed- of huidcellen de enzymactiviteit
van HGPRT bepaald worden. Bij patiënten met Lesch-Nyhan is dit enzym (bijna)
volledig inactief.
Als de diagnose is gesteld, is het mogelijk om met DNA-onderzoek de
genetische mutatie te achterhalen die binnen een familie de ziekte veroorzaakt. As
de mutatie bekend is, kan DNA onderzoek van familieleden gebruikt worden om
dragerschap bij familieleden aan te tonen. Ook is met DNA-onderzoek te bepalen of
een ongeboren kindje uit hetzelfde gezin de ziekte ook zal hebben.