Inleiding
MPS 1 is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met ‘stofwisseling’ wordt het
omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de
opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van
energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen
hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een
bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het
mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt.
Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een
stofwisselingsziekte.
Verschillende vormen van MPS 1
De eerste keer dat een arts een patiënt met MPS 1 beschreef, was in 1919. De
ziekte kreeg de naam van de arts, Gertrud Hurler. Ruim veertig jaar later werd een
milde vorm van de ziekte ontdekt, die de naam van de arts Harold Scheie kreeg.
Gaandeweg bleek ook een tussenvorm mogelijk: het syndroom van Hurler/Scheie.
Bij alle vormen is er iets mis met hetzelfde enzym. Daarom zijn ze allemaal ingedeeld
onder de naam MPS 1 (= mucopolysaccharidose type 1).
Patiënten met MPS 1 hebben zeer verschillende symptomen. De ernst van hun
ziekte is afhankelijk van wat er precies mis is met het gen dat de aanmaak van het
enzym regelt. Toch is er een duidelijk onderscheid in twee groepen mogelijk dat te
maken heeft met de hersenfuncties van de patiënt. Bij ‘neuronopathische’ MPS 1
gaan de hersenfuncties vanaf een bepaald moment achteruit, doordat er stapeling in
de hersenen plaatsvindt. Alles wat deze patiënten geleerd hebben, verleren ze weer.
Dit gebeurt niet bij ‘non-neuronopathische’ MPS 1. Daarbij blijven de hersenfuncties
intact en hebben vrijwel alle patiënten een normale verstandelijke ontwikkeling.
Onder de neuronopathische vorm van MPS1 vallen de ernstig aangedane kinderen
met het syndroom van Hurler en in een aantal gevallen Hurler-Scheie. Onder de non
neuropathische vorm vallen de kinderen met een mildere vorm van Hurler-Scheie en
de Scheie-patiënten. Bij deze vormen van MPS 1 blijven de hersenfuncties meestal
wel volledig intact. In feite is elke MPS 1 patiënt anders en variëren de symptomen
van zeer mild tot zeer ernstig.
Zeldzaamheid
Alle vormen van MPS 1 zijn zeldzaam. Alle drie vormen samen komen naar schatting
voor bij 1 op de 84.000 levendgeborenen. De schatting is dat het syndroom van
Hurler voorkomt bij één op de 144.000 levendgeboren kinderen. Voor het syndroom
van Scheie is dat 1 op de 600.000.
Achtergrond
Lysosomale stapelingsziekten
Lysosomen zijn onderdelen in de cellen van een mens. Het zijn in feite de
recyclefabriekjes van de cel, waar oude, kapotte celonderdelen worden afgebroken,
of indringers van buiten een kopje kleiner worden gemaakt. In de lysosomen worden
grote moleculen in kleinere stukken geknipt, waarna ze elders in de Cel hergebruikt
worden. De gemiddeld 300 lysosomen in een cel zijn zeer verschillend. Hun vorm is
afhankelijk van welke moleculen ze precies moeten afbreken. Binnen een lysosoom
zijn zo’n vijftig enzymen actief, die elk een specifieke stap in het verknippen van
stoffen uitvoeren. Als er een enzym ontbreekt of zijn werk niet goed doet, kan één
stap in de verwerking niet worden uitgevoerd. De stof die verwerkt had moeten
worden, hoopt zich dan op in het lysosoom. Vandaar de naam lysosomale
stapelingsziekten: een ongewenste stof stapelt zich op in het lysosoom.
Dit heeft gevolgen voor de cel en uiteindelijk ook voor de organen en het lichaam.
Te veel mucopolysacchariden
Het molecuul dat niet kan worden verwerkt bij MPS 1 is een zogeheten
mucopolyssaccharide, een lange keten van eiwitten en suikers.
Mucopolyssacchariden geven stevigheid aan bindweefsel, kraakbeen en bloedvaten
en zijn een onderdeel van het hoornvlies (de buitenste laag van het oog). Ze heten
ook wel glycosaminoglycanen (GAGs). Normaal gesproken worden GAGs continu
nieuw aangemaakt door het lichaam en worden de oude GAGs afgebroken. Bij MPS
1 gaat er bij dat afbreken iets mis.
MPS 1 is onderdeel van een ‘familie’ van ziektebeelden. Bij al deze ziekten zijn de
lysosomen niet in staat om GAGs te recyclen omdat er één enzym ontbreekt,
waardoor het afbraakproces ergens vastloopt. Deze familie van ziektebeelden
noemen we mucopolysaccharidosen (afgekort MPS).
Het defecte of ontbrekende enzym
Bij alle vormen van MPS 1, is er iets mis met hetzelfde enzym: α-L-iduronidase. Het
ontbreekt meestal (vrijwel) volledig. Alpha-L-iduronidase is betrokken bij de afbraak
van twee GAGs: dermatan sulfaat en heparan sulfaat. Deze stoffen worden niet
alleen in grote hoeveelheden in de urine van patiënten gevonden, maar hopen zich
ook op in de lysosomen, wat zorgt voor de ziekteverschijnselen.
Andere mucopolysaccharidosen
Naast MPS 1 (Hurler/Scheie) zijn er nog zes aandoeningen waarbij
mucopolysacchariden zich in de lysosomen ophopen. Ze zijn allemaal vernoemd
naar de eerste arts die de betreffende ziekte als eerste beschreef, maar hebben ook
een nummer (MPS 2 t/m 7). Sommige zijn nog onder te verdelen in verschillende
vormen, net als MPS 1 (Hurler/Scheie). Op een rijtje:
MPS 2 (Hunter)
MPS 3 A, B, C, D (Sanfilippo)
MPS 4 A, B (Morquio)
MPS 6 (Maroteaux-Lamy)
MPS 7 (Sly)
(MPS 5 bestaat niet meer. In eerste instantie werd het syndroom van Scheie MPS 5
genoemd, maar toen bleek dat bij het syndroom van Scheie hetzelfde enzymdefect
de boosdoener is, werd die ziekte onder MPS 1 geclassificeerd.)
Symptomen
Hurler
Kinderen met de ernstige vorm van MPS 1 lijken vaak kort na de geboorte volkomen
normaal, maar hebben vaker dan andere kinderen last van navel- en liesbreuken.
Tevens hebben deze kinderen in de eerste levensmaanden vaak last van
terugkerende bovenste luchtweg infecties. Heel opvallend zijn de afwijkingen aan het
skelet. De ruggengraat kan vergroeien en ook kan de stand en de vorm van de
voeten veranderen. De schedel krijgt een afwijkende vorm en wordt groter.
Daarnaast worden de gelaatstrekken grover. Veel kinderen met MPS I Hurler hebben
heupdysplasie.
De diagnose wordt meestal voor het tweede levensjaar gesteld aan de hand van
typische MPS 1 verschijnselen: de ontwikkeling blijft achter, de patiënt heeft veel
infecties in de oren of luchtwegen, en de lever en de milt zijn vergroot. In de meeste
gevallen is er sprake van een troebel hoornvlies: de buitenste, doorzichtige laag van
het oog is dan niet meer helder. Ook kunnen andere symptomen worden gevonden,
zoals een grote tong, stijfheid van de gewrichten en een uitstekend voorhoofd. Mede
door de vervorming van de schedel kan zich een waterhoofd ontwikkelen.
De mentale ontwikkeling bereikt zonder behandeling meestal rond de leeftijd van
twee tot vier jaar het hoogtepunt. Daarna nemen de verstandelijke vermogens weer
af: alles wat patiënten al hebben geleerd, verleren ze weer. Er zijn echter kinderen
die zich mentaal veel langer blijven ontwikkelen.
Als de onbehandelde patiënten ouder worden, verergeren de symptomen. Met name
de vergroeiingen aan het skelet zorgen voor problemen. De kinderen vertonen
‘dwerggroei’: ze blijven klein en raken ernstig vervormd. Door die vervormingen
kunnen de kinderen moeilijk bewegen, wat weer zorgt voor nieuwe vergroeiingen,
bijvoorbeeld aan heupen, knieën en handen. Sommige kinderen krijgen een
waterhoofd, mede door vergroeiing van de schedel.
Ook de eerder genoemde symptomen verergeren (infecties, vergrote lever en milt,
oogproblemen) en de gelaatstrekken worden steeds grover: kinderen krijgen een
grote tong, dikke lippen en grof haar. De luchtwegen worden steeds meer aangetast,
waardoor de kinderen moeilijk ademen.
Kinderen met deze ernstige vorm van MPS 1 overlijden zonder behandeling meestal
voor hun tiende jaar, aan de gevolgen van een infectie of door luchtweg -en
hartproblemen.
Hurler-Scheie
Patiënten met het syndroom van Hurler/Scheie hebben in meer of mindere mate de
typische verschijnselen die bij MPS 1 horen. In tegenstelling tot Hurlerpatiënten
hebben ze bijna allemaal een normale of vrijwel normale geestelijke ontwikkeling.
Lichamelijk kunnen ze wel grote problemen hebben. Vaak hebben ze vergroeiingen
aan gewrichten in armen, benen, voeten, polsen en vingers. Omdat hun luchtwegen
vaak zijn aangetast, zijn ze gevoelig voor infecties.
In de ernstigste varianten hebben patiënten al vroeg skeletvervormingen en een
vergrote lever en milt. Soms kunnen de gelaatstrekken grof zijn. De patiënten
hebben vaak al jong last van vertroebeling van het hoornvlies, maar dit heeft niet
direct gevolgen voor hun gezichtsvermogen.
Scheie
Het syndroom van Scheie is de mildste vorm van MPS 1, maar ook bij deze vorm
kunnen de symptomen nogal uiteenlopen. Daarom ervaart de ene patiënt de ziekte
als ernstig en de andere niet.
Patiënten hebben vaak last van hoornvliesvertroebeling. Lichamelijk kunnen zij slecht
gaan functioneren doordat de ziekte de botten en gewrichten aantast. Ook kunnen
doofheid en hartklachten ontstaan. Net als bij andere vormen van MPS 1, komen
infecties aan de oren en luchtwegen geregeld voor.
Over het algemeen gaan de hersenfuncties bij patiënten met het syndroom van
Scheie niet achteruit. Patiënten met een milde vorm van MPS 1 hebben veelal een
normale levensverwachting.
Diagnose
Afhankelijk van de ernst van MPS 1, geldt in het algemeen dat patiënten vaak al veel
specialisten hebben gezien voordat de diagnose wordt gesteld. Door de
zeldzaamheid van de ziekte denken artsen niet zo gauw aan MPS 1. Als de
symptomen ernstig zijn, dan wordt de diagnose meestal in de eerste twee
levensjaren gesteld. Als de symptomen mild zijn, wordt de diagnose heel soms pas
gesteld als de patiënten tussen de tien en twintig jaar oud zijn. Allereerst kan de
urine getest worden: als daarin grote hoeveelheden mucopolysacchariden (of
glycosaminoglycanen, GAG’s) in zitten, is dat een sterke aanwijzing dat de patiënt
MPS 1 heeft. De definitieve diagnose wordt gesteld door de enzymactiviteit te meten
in het bloed of een stukje huid van de patiënt.
Er kan meestal alleen de diagnose MPS 1 gesteld worden. Het onderscheid naar
de vorm Hurler, Scheie of Hurler/Scheie- is vaak alleen mogelijk op grond van de
ernst van de symptomen. Soms is de specifieke genetische afwijking die de ziekte
veroorzaakt bekend, omdat er eerder patiënten zijn geweest met dat
specifieke foutje. In dat geval kan met wel met zekerheid gezegd worden welk type
MPS 1 de patiënt heeft. Dit geeft echter nog geen zekerheid over het verdere verloop
van de ziekte, omdat de verschillen tussen patiënten vrij groot zijn.