Inleiding
SCADD is waarschijnlijk geen stofwisselingsziekte, maar een stofwisselingsvariant.
Met ‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam
bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en
organen en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle
cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een
enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden
omgezet en hoopt zich op. En de stof waarin die bepaalde stof normaal wordt
omgezet, wordt minder geproduceerd. Als het ophopen of het onvoldoende
produceren van een bepaalde stof tot klachten leidt, noemen we het een
stofwisselingsziekte.
Vetzuuroxidatiestoornissen en SCADD
SCADD is een zogenoemde ‘vetzuuroxidatiestoornis’, een stoornis in de verbranding
van vetten uit het voedsel en uit de vetvoorraden in het lichaam. De vetverbranding is
een proces waarbij in veel kleine stapjes de vetten worden afgebroken en omgezet in
energie. De eerste vetzuuroxidatiestoornissen werden ontdekt in de jaren ’70 van de
vorige eeuw. SCADD is pas in 1987 voor het eerst beschreven. De “ziekte” is dus
een relatieve nieuwkomer op het gebied van stofwisselingsziekten. Daardoor is er
pas de laatste jaren meer duidelijkheid gekomen over deze stoornis.
Mitochondriën
Je lichaam heeft energie nodig voor alles wat je doet: voor bewegen, denken en het
laten kloppen van je hart. Die energie haalt het uit eten, of uit opgeslagen voorraden
in spieren en vet. Maar de koolhydraten, vetten en eiwitten die we eten en hebben
opgeslagen, kunnen niet direct gebruikt worden. Ze moeten eerst omgezet worden in
een energievorm waar de lichaamscellen mee uit de voeten kunnen. Die stof
heet ATP en wordt gemaakt in de energiecentrales van je cellen: de mitochondriën.
De energiecentrales worden allereerst gevoed met suikers (koolhydraten) uit het
bloed. Als die opraken, worden de suikervoorraden in de lever en spieren
aangesproken en wordt energie vrijgemaakt uit onder andere eiwit. Pas daarna
schakelen de mitochondriën over op de verbranding van vetten. Vetten zijn in feite de
energievoorraad voor noodgevallen. Al die verschillende vormen van
energieproductie worden geregeld door specifieke enzymen.
Vetzuuroxidatie
De verbranding van vetten in de mitochondriën wordt ‘vetzuuroxidatie’ genoemd
(oxideren betekent verbranden). Dit betekent dat van de vetzuren steeds een stukje
wordt afgebroken, wat energie oplevert. Afhankelijk van de lengte van de
vetzuurketens zijn er binnen het mitochondrion verschillende enzymen voor het
afbreken van korte, middellange of lange vetzuurketens. Het SCAD enzym hoort bij
de enzymen voor de afbraak van korte vetzuurketens. Het breekt aan het einde van
de vetverbranding de korte-ketenvetzuren af. Met al deze enzymen kan iets mis zijn
(ze ontbreken of werken niet goed). Het gevolg is een vetzuuroxidatiestoornis.
Patiënten met een vetzuuroxidatiestoornis kunnen te maken krijgen met ernstige
energietekorten, waardoor de hersenen of andere organen beschadigd kunnen
raken. Ook kunnen tussenproducten in de vetafbraak zich ophopen in het lichaam en
zorgen voor problemen. Bij SCADD blijkt er geen energietekort te zijn. Dit kan
verklaard worden door het feit dat in het eerste deel van de vetverbranding al
voldoende energie wordt geproduceerd.
Het defecte of ontbrekende enzym
SCAD staat voor ‘short-chain acyl-CoA dehydrogenase’. Dat enzym ontbreekt of
werkt onvoldoende bij SCADD patiënten, waardoor ze de korte keten vetzuren niet of
onvoldoende kunnen afbreken.
Zeldzaamheid
SCADD leek aanvankelijk een zeer zeldzame vetzuuroxidatiestoornis. Maar recent
onderzoek laat zien dat de stoornis veel vaker voorkomt dan werd gedacht en dat
SCADD met meer dan 1 per 1000 pasgeborenen, een van de meest voorkomende
stofwisselingsstoornissen is.
Symptomen
Recent onderzoek heeft laten zien dat er waarschijnlijk geen relatie bestaat tussen
SCADD en de symptomen waarvan tot nu toe werd gedacht dat ze door SCADD
veroorzaakt zouden worden. Hierbij gaat het dan om ontwikkelingsachterstand,
epilepsie, lage bloedsuikers tijdens vasten en gedragsstoornissen. Dit zijn
symptomen waarbij vaak stofwisselingsonderzoek wordt aangevraagd. En omdat
SCADD zo vaak voorkomt, zal het dan ook geregeld toevallig worden vastgesteld bij
kinderen waarbij vanwege deze symptomen stofwisselingsonderzoek wordt verricht.
Dit is aannemelijk, omdat bij verschillende patiënten een andere oorzaak voor de
symptomen werd gevonden, familieleden met SCADD geen klachten hadden en
pasgeborenen met SCADD (opgespoord via de hielprik) vrijwel nooit klachten
ontwikkelden. Daarnaast weten we dat er heel veel kinderen in België (tenminste 180
pasgeborenen per jaar) geboren worden met SCADD, terwijl er per jaar maar een
aantal worden gevonden, omdat zij onderzocht worden vanwege symptomen. En als
laatste heeft onderzoek aangetoond dat kinderen met SCADD, zonder lage
bloedsuikers in de voorgeschiedenis, prima kunnen vasten en er geen aanwijzingen
zijn voor energietekorten.
Dit alles maakt dat SCADD beter beschreven kan worden al een
“stofwisselingsvariant”. De stofwisseling loopt op het niveau van de korte-keten
vetzuren weliswaar anders, maar dit leidt niet tot ziekte.
Diagnose
SCADD en SCAD genvarianten:
Ondanks de bevindingen dat SCADD los lijkt te staan van ziekteverschijnselen, is het
nog wel belangrijk de diagnose te stellen. Het kan namelijk helpen om te weten of
iemand SCADD heeft, omdat ook andere stofwisselingsstoornissen, die wel tot ziekte
kunnen leiden, gepaard kunnen gaan met een verhoogd C4-carnitine en/of
ethylmalonzuur. Om de diagnose SCADD te bevestigen, is DNA onderzoek nodig.
Hierbij worden, naast de minder vaak voorkomende mutaties in het SCAD gen, vaak
SCAD genvarianten, ook polymorfismen genoemd, vastgesteld. Meer dan 6% van de
Belgische bevolking heeft van beide ouders deze genvariant geërfd. Dit komt dus
heel erg vaak voor en gaat gepaard met normale of licht verhoogde waarden van C4
Carnitine en ethylmalonzuur. In dat laatste geval is er dan weliswaar sprake van
SCADD, maar in beide gevallen geldt dat dit niet gepaard gaat met
ziekteverschijnselen.