Inleiding
Pyridoxine-afhankelijke convulsies is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte.
Met ‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam
bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en
organen en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle
cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een
enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden
omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig
of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer
ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.
Achtergrond
In 1954 werden pyridoxine-afhankelijke convulsies voor het eerst beschreven door
Hunt. Pyridoxine-afhankelijke convulsies moet men onderscheiden van
pyridoxinedeficiëntie. In het laatste geval is er een tekort aan pyridoxine door een te
geringe inname, slechte opname vanuit de voeding of door het gebruik van bepaalde
medicijnen. Bij pyridoxine-afhankelijke convulsies zijn de bloedwaarden van
pyridoxine normaal, maar heeft de patiënt toegenomen behoefte aan pyridoxine
omdat het pyridoxaal-fosfaat in de hersenen als het ware “weggevangen” wordt door
de gestoorde stofwisseling.
Het defecte of ontbrekende enzym
In 2007 is het mechanisme van pyridoxine-afhankelijke convulsies gedeeltelijk
opgehelderd. De ziekte wordt veroorzaakt door een erfelijke afwijking in het DNA,
waardoor er een tekort ontstaat aan het enzym alfa-amino-adipine
semialdehydehydrogenase; dit enzym is nodig in de afbraak van het aminozuur
lysine. Door dit enzym tekort ontstaat stapeling van alfa-amino-adipine semialdehyde
(α-AASA). Via ingewikkelde reacties leidt het teveel aan α-AASA tot een tekort aan
pyridoxaal-fosfaat (biologisch actieve vorm van pyridoxine).
Pyridoxine (vitamine B6)
Pyridoxine werkt in het lichaam als co-factor (hulpstof) in minstens 100 biochemische
reacties. Het is vooral nodig bij de afbraak en opbouw van aminozuren (bouwstenen
van eiwit) en bij de energiehuishouding in de cellen. Verder reguleert pyridoxine de
werking van bepaalde hormonen in het lichaam en is een onmisbare stof bij de
afweer, de groei, de bloedaanmaak en in het zenuwstelsel. Pyridoxine zit van nature
o.a. in vlees, bruin brood, bananen en melk.
Zeldzaamheid
Pyridoxine afhankelijke convulsies zijn erg zeldzaam. In België worden er 1 op de
200.000 kinderen met de ziekte geboren. In de literatuur zijn meer dan 200 patiënten
beschreven.
Symptomen
Typische pyridoxine afhankelijke convulsies
Enkele uren na de geboorte treden epileptische aanvallen op, soms al in de
baarmoeder (20-25% van de moeders bemerken abnormale bewegingen van hun
foetus). De epilepsie reageert niet goed of slechts tijdelijk op medicijnen tegen
epilepsie, maar reageert vrijwel direct op pyridoxine (vitamine B6). Na het staken van
pyridoxinetoediening treden binnen 2 tot 23 dagen opnieuw epileptische aanvallen
op. Soms is de baby slap. Vaak zijn babies onrustig en geïrriteerd voorafgaand aan
de epileptische aanval. Sommige patiënten lopen een ontwikkelingsachterstand op
en hebben een vertraagde spraakontwikkeling. Ook kunnen voedingsproblemen,
spugen, schrikkerigheid, trillerigheid, afwijkend (hoog) huilen en sterk wisselende
spierspanning voorkomen.
Atypische pyridoxine afhankelijke convulsies
De epileptische aanvallen kunnen ook op wat oudere leeftijd (2-19 maanden) voor
het eerst optreden. Bij de atypische variant kunnen de epileptische aanvallen
aanvankelijk wel op anti-epileptische medicijnen reageren en later niet; of is de
reactie op pyridoxine niet opvallend. Bij kinderen met een late presentatie ( eerste
aanval na een leeftijd van 3 maanden) van de epileptische aanvallen lijkt de
prognose beter te zijn.
Met name kinderen met de typische vorm lopen een groot risico op overlijden als ze
niet behandeld worden. De prognose is redelijk tot goed (soms) als de diagnose
vroeg gesteld wordt en de juiste behandeling gestart wordt; gemiddeld IQ 72. Als de
diagnose laat gesteld wordt, kan zich mede door de langdurige epileptische
aanvallen een ernstige hersenziekte ontwikkelen met geestelijke achteruitgang.
Daarnaast hebben kinderen die snel reageren op pyridoxine (binnen 5 minuten) een
betere prognose. Toch blijkt 75% van de kinderen in meer of mindere mate geestelijk
achter en moeite te hebben met taal.
Diagnose
Het type epileptische aanvallen en de EEG kenmerken zijn weinig specifiek.
Echografie en MRI van de hersenen kunnen helpen bij het stellen van de diagnose.
In het bloed en in hersenvocht is pipecolinezuur en α-AASA verhoogd. De diagnose
kan met DNA onderzoek worden bevestigd.
Prenatale diagnostiek is mogelijk als de ziekte bekend is in een familie.