Inleiding
Het Bartter syndroom is een zeldzame, erfelijke tubulopathie of een kanalopathie. Onder
tubulopathie verstaat men een afwijkingen in de nierbuisjes, met namen in
ionenkanalen, waardoor de nieren onvoldoende mineralen of andere stoffen uit voorurine
kunnen opnemen. Urinair verlies van deze stoffen leidt tot tekort van deze stoffen in bloed,
die klachten kan veroorzaken Patienten met het syndroom van Bartter verliezen grote
hoeveelheid van natrium, kalium, (soms) calcium en chloor in urine. Het tekort aan deze
mineralen zorgt voor verschillende ziekteverschijnselen.
Het defecte eiwitten bij het syndroom van Bartter
Het verstoorde ionenevenwicht bij Bartterpatiënten kan veroorzaakt worden door maar
liefst vijf verschillende genetische afwijkingen, met elk een ander kanaaldefect.
Twee genmutaties veroorzaken de neonatale vorm van het syndroom van Bartter, de andere
drie genmutaties veroorzaken respectievelijk de klassieke vorm, Bartter’s syndroom met
sensorineurale doofheid (bij deze vorm van gehoorverlies ligt de oorzaak van de problemen
in het binnenoor) en Bartter’s syndroom geassocieerd met autosomaal dominante
hypocalcemie (laag calciumgehalte in het bloed).
Zeldzaamheid
Het syndroom van Bartter is een zeldzame ziekte. Het is onbekend hoe vaak de ziekte
precies voorkomt in België.
Symptomen
Er zijn vier vormen van het syndroom van Bartter.
Neonatale vorm
De neonatale vorm komt het meeste voor (90 procent van de gevallen). Meestal begint de
ziekte dan al tijdens de zwangerschap en openbaart zich doordat er sprake is van veel
vruchtwater. De baby wordt vaak te vroeg geboren (voor 37 weken) en na de geboorte
drinkt en plast de baby opvallend veel. Vaak bevat de urine en de nieren veel calcium wat
kan leiden tot nierstenen of kleine verkalkingen in de nieren (zogenaamde nefrocalcinose).
De prognose op lange termijn is gunstig; niervervangende therapie op kinderleeftijd is niet
aan de orde. Slechts in uitzonderingsgevallen ontwikkelt de baby nierfalen.
Klassieke vorm
De klassieke vorm geeft symptomen in de loop van de eerste twee levensjaren. Vaak begint
dat met meer gaan plassen, een dorstgevoel, braken en verstopping. De diagnose wordt
vaak pas op schoolleeftijd gesteld. De urine bevat meestal in tegenstelling tot de neonatale
vorm normale hoeveelheden calcium zonder het risico op nierstenen. Vaak wordt dan
duidelijk dat het kind een achterstand in de groei en ontwikkeling heeft. De groei kan zo
achterblijven dat de patiënt dwerggroei vertoont.
Veel patiënten zijn daarnaast erg vermoeid, hebben spierzwakte en soms ook spierkrampen
(met name in armen en benen). De verstoring van de uitscheiding van elektrolyten en het
langdurige gebruik van bepaalde ontstekingsremmende medicijnen (NSAID’s) kan in
uitzonderingsgevallen leiden tot nierstenen of nierfalen. Wanneer vroegtijdig met de
behandeling wordt begonnen, is de prognose van kinderen met de klassieke vorm goed.
Vorm met sensorineurale doofheid
Bij het Bartter syndroom met sensrineurale doofheid is naast nierproblemen sprake van
gehoorproblemen.
Vorm met hypocalcemie
Bij Bartter’s syndroom geassocieerd met autosomaal dominante hypocalcemie is naast het
bekende bloedbeeld sprake van een laag calciumgehalte en een laag gehalte aan het
parathyroidhormoon dat door de bijschildklieren gemaakt wordt.
Het syndroom van Bartter komt vaker tot uiting bij kinderen dan bij volwassenen, maar er
zijn patiënten in alle leeftijden. Mannelijke en vrouwelijke patiënten zijn in gelijke mate
aangedaan.
Diagnose
De symptomen kunnen het vermoeden geven van de diagnose. Biochemisch onderzoek van
bloed en urine is noodzakelijk om de diagnose te stellen. De diagnose wordt bevestigd door
het genetisch onderzoek.