Inleiding
Xanthine oxidase deficiëntie is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met
‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld.
Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor
het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons
lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de
stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt
zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal
niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden.
Dit noemen we een stofwisselingsziekte.
Achtergrond
Xanthine oxidase deficiëntie werd in 1954 voor het eerst beschreven Kenmerkend
voor de ziekte is uitscheiding van grote hoeveelheden van de stoffen xanthine en
hypoxanthine, alsmede de afwezigheid van urinezuur in de urine. Xanthine is een
slecht in wateroplosbare stof. Wanneer de hoeveelheid xanthine te groot is, zal de
stof neerslaan in de vorm van kristallen of stenen, die in de urinewegen bijzonder
pijnlijk zijn. Het tevens ophopende hypoxanthine is goed oplosbaar en niet giftig. Er
zijn twee typen van de ziekte, die op elkaar lijken. In type 1 is er alleen sprake van
een tekort aan het enzym xanthine dehydrogenase (ook wel geïsoleerde xanthine
oxidase deficiëntie genoemd) en in type 2 is er zowel een tekort aan xanthine
dehydrogenase als aldehyde oxidase. Type 1 patiënten kunnen de stof allopurinol
wel omzetten, type 2 patiënten niet. Verder kan Xanthine oxidase deficiëntie ook
voorkomen in patiënten met molybdeen co-factor deficiëntie. Bij molybdeen co-factor
deficiëntie werken de enzymen xanthine oxidase, aldehyde oxidase en sulfiet
oxidase niet door een gebrek aan de co-factor molybdeen.
Nucleïnezuren
Nucleïnezuren behoren tot de belangrijkste stoffen van de cel. Er zijn twee soorten
nucleïnezuren: deoxyribonucleïnezuren (DNA) en ribonucleïnezuren (RNA). Ons
erfelijk materiaal bestaat uit DNA-ketens. De nucleïnezuren zijn opgebouwd uit
zogenaamde nucleotiden. Nucleotiden zijn dus de bouwstenen van DNA-ketens.
Purine- en pyrimidinebasen zijn onderdeel van deze nucleotiden, samen met een
suikerdeeltje en fosforzuur. Guanine (G) en adenine (A) worden afgeleid van purine;
cytosine (C), thymine (T) en uracil (U) worden afgeleid van pyrimidine. Daarnaast zijn
purinen onderdeel van ATP, dat een belangrijke energieleverancier is in ons lichaam.
DNA, RNA en ATP worden voortdurend afgebroken, bijvoorbeeld als een cel
doodgaat en weer opgebouwd. Omdat het veel meer energie kost om nieuwe
nucleotiden (bouwstenen van het DNA) te maken, worden purinen opnieuw gebruikt.
Dit gebeurt via ingewikkelde processen waar enzymen bij betrokken zijn.
Het defecte of ontbrekende enzym
Bij type 1 is er een tekort aan het enzym xanthine oxidase (ook wel xanthine
dehydrogenase genoemd). Daardoor kan hypoxanthine niet worden omgezet in
xanthine en xanthine kan vervolgens niet worden omgezet in urinezuur. Daardoor
gaat (hypo)xanthine ophopen en kunnen kristallen gevormd worden. Afwijkingen
(mutaties) zitten in het XDH gen (xanthine dehydrogenase gen). Bij type 2 is er
tevens een tekort aan het enzym aldehyde oxidase. Mutaties zitten in het HMCS gen
(Human Molybdenum Cofactor Sulfurase gen).
Zeldzaamheid
Wereldwijd zijn er ongeveer 150 patiënten beschreven met xanthine oxidase
deficiëntie, waarvan ongeveer de helft van de patiënten type 1 en de helft van de
patiënten type 2 heeft. Aangezien niet iedere patient in de literatuur wordt
beschreven, nemen we aan dat het werkelijke aantal patienten veel groter is. Alle
patienten met onbegrepen nierstenen zullen moeten worden onderzocht op
xanthinurie.
Symptomen
Xanthine oxidase deficiëntie kan geheel zonder symptomen verlopen (in meer dan
20% van de gevallen). Ongeveer 1 op de 3 patiënten krijgt nierstenen. Deze stenen
zijn meestal niet zichtbaar op röntgenfoto’s en kunnen op elke leeftijd ontstaan. Toch
is de helft van de gevallen met nierproblemen al voor de leeftijd van tien jaar
gediagnosticeerd. Andere symptomen zijn bloed in de urine, nierkolieken (krampen),
nierfalen en gewrichtsaandoeningen. Sommige patiënten krijgen daarnaast een
spierziekte (spierpijn en spierkrampen), als gevolg van kristalvormige xanthine
afzettingen. Zuigelingen kunnen niet-specifieke symptomen hebben, zoals slecht
eten en geïrriteerdheid.
De symptomen kunnen verergeren door intensief sporten, omdat er meer afbraak
van nucleotiden in de spieren plaatsvindt. De ziekte verloopt meestal mild.
Diagnose
Bij beide vormen is het urinezuur in het bloed en in urine sterk verlaagd en zijn
hypoxanthine en xanthine verhoogd aanwezig in de urine.