Inleiding
De ziekte van Canavan is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met
’stofwisseling‘ wordt het omzetten en verwerken waaronder hergebruik van stoffen in
ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren,
botten. Ook is dit nodig voor groei en ontwikkeling van de hersenen en andere
organen. Tevens is het vrijmaken van energie doel van de stofwisseling. De
stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk
doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde
stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk
belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze
situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een
stofwisselingsziekte.
Achtergrond
De ziekte van Canavan is genoemd naar de arts Myrtelle Canavan. Zij beschreef in
1931 voor het eerst een patiënt met de ziekte. Deze ziekte is een ziekte van de
hersenen, waarbij de hersenen zijn aangedaan. De ziekte is een zogenaamde
“leukodystrofie”. Dit wil zeggen een ziekte van de witte stof van de hersenen
en/of het ruggemerg.
Leukodystrofieën zijn erfelijke en progressieve wittestofziekten. Wittestofziekten
hebben heel veel verschillende oorzaken.
Iedere leukodystrofie wordt veroorzaakt door een specifieke genafwijking, die leidt tot
een abnormale ontwikkeling of afbraak van de witte stof in de hersenen en/of
ruggemerg. Deze afbraak leidt tot verschillende neurologische problemen.
Witte stof
De term ‚leukodystrofie‘ is een verzamelnaam voor alle progressieve erfelijke
aandoeningen die invloed hebben op de witte stof van de hersenen en het
ruggenmerg. Hersenen en ruggenmerg vormen samen het centrale zenuwstelsel. De
term stamt van het Griekse woorden „leuko“= wit, dat verwijst naar de witte stof in de
hersenen, en „dystrofie“ = afbraak, dat verwijst naar de progressieve aantasting van
de witte stof. Witte stof in de hersenen is wit door de aanwezigheid van myeline. Dit
is een vetachtige substantie die als isolatielaagje rond zenuwvezels aanwezig
is. Myeline is te vergelijken met de isolatie om een elektriciteitsdraad.
Er zijn vele soorten leukodystrofieën geïdentificeerd, waaronder de ziekte van
Alexander, ziekte van Krabbe, Metachromatische leukodystrofie, de ziekte van
Pelizaeus-Merzbacher, 4H syndroom, X-gebonden Adrenoleukodystrofie, ziekten in
het spectrum van Zellweger, ziekte van Refsum, ziekte van Canavan,
Cerebrotendineuze Xanthomatose, Vanishing White Matter en Megalencephale
Leukoencephalopathie met Subcorticale Cysten. Deze ziekten worden apart
uitgebreider besproken. De oorzaken zijn verschillend, maar in alle gevallen wordt de
witte stof van de hersenen beschadigd en zijn de symptomen vergelijkbaar. Soms is
de onderliggende oorzaak van een witte stofziekte (nog ) niet bekend . Dat er sprake
is van een witte stof ziekte is meestal met een MRI onderzoek vast te stellen.
Het defecte of ontbrekende enzym
Kinderen met de ziekte van Canavan hebben een gebrek aan het enzym
aspartoacylase. Doordat zij dat enzym missen, kunnen zij de stof N-acetyl-aspartaat
(NAA) niet afbreken. NAA stapelt zich op in de witte stof, die daardoor kapot gaat. Er
komen allemaal blaasjes in de myeline, die uiteindelijk ook verloren gaat. Hoe deze
afbraak van myeline precies in zijn werk gaat, is nog onbekend, maar het is duidelijk
dat het de symptomen van de ziekte verklaart.
Zeldzaamheid
De ziekte van Canavan is een zeldzame ziekte. Hoewel hij bij alle bevolkingsgroepen
voorkomt, is de ziekte het vaakst beschreven bij Joodse bevolkingsgroepen uit Oost
Europa, de Ashkenazi-Joden.
Symptomen
Er zijn drie varianten van de ziekte van Canavan. De eerste vorm is de ernstigste
vorm, waarbij symptomen al optreden in de eerste weken na de geboorte. De tweede
vorm, de infantiele vorm, is de meest voorkomende vorm. Patiënten hebben al
duidelijk symptomen als ze zes maanden oud zijn. De derde vorm is de juveniele
vorm, waarbij symptomen pas optreden als kinderen vier of vijf jaar zijn.
De meeste kinderen met de ziekte van Canavan worden normaal geboren. Hun
ouders merken vaak de eerste subtiele veranderingen als ze tussen drie en negen
maanden oud zijn. De kinderen gaan bijvoorbeeld slechter zien, hebben moeite om
dingen vast te pakken of kunnen ineens niet meer omrollen.
De belangrijkste symptomen van de ziekte zijn een ontwikkelingsachterstand
op motorisch gebied, een vergroot hoofd en late sluiting van de fontanel. Kinderen
met Canavan bewegen meestal weinig, als gevolg van de hersenafwijking zwak zijn
zij zwak in hun spieren, later kan in veranderen in juist stijvere spieren . De kinderen
zijn wel alert en reageren op hun omgeving. Later in het ziekteproces gaan kinderen
met Canavan vaak steeds slechter zien, maar ze worden zelden helemaal
blind. Hun gehoor blijft goed , daarom herkennen ze meestal bekende personen vrij
goed. De kinderen kunnen soms last krijgen van epileptische aanvallen. Deze zijn
met medicijnen meestal weer onder controle te krijgen.
Er kan grote variatie zijn in de symptomen van de ziekte en de snelheid waarmee de
verschijnselen verergeren. Daarom is het niet mogelijk om precies uitsluitsel te geven
over hoe de ziekte zich bij elk individueel kind zal ontwikkelen.
Dit geldt ook voor de levensverwachting. Deze varieert sterk, omdat
patiënten zelden aan de ziekte zelf overlijden, maar meestal aan de complicaties
van de ziekte. Zo kan het onvermogen om goed te slikken en hoesten een
longontsteking veroorzaken, die bij deze zwakke kinderen fataal kan zijn. Over het
algemeen is het wel zo dat de meeste kinderen de volwassen leeftijd niet bereiken.
Diagnose
Deze symptomen van de ziekte van Canavan, die overigens ook bij andere
aandoeningen voorkomen, zijn meestal aanleiding tot onderzoek van urine en het
nemen van een huidbiopt. Daarbij wordt een klein stukje huid weggenomen voor
onderzoek in het laboratorium. Gespecialiseerde laboratoria kunnen de diagnose
stellen als zij een verhoogde uitscheiding van N-acetylaspartaat (NAA) in de urine
vinden. De gevonden hoeveelheid NAA is niet altijd even groot en kan geen
zekerheid geven over de ernst van de ziekte Hoewel niet alle Canavan-patiënten de
stof uitscheiden, geeft het vinden ervan wel zekerheid over de diagnose. Vervolgens
kan in de kweek van het huidbiopt (fibroblastenkweek) het gebrek aan activiteit van
het enzym aspartoacylase worden gemeten.
Tegenwoordig kan men met wat bloedde diagnose vrijwel zeker stellen met behulp
van DNA-onderzoek. In zeldzame gevallen kan het DNA foutje niet gevonden
worden. Bij Ashkenazi-Joodse mensen gaat het vrijwel altijd om hetzelfde DNA
foutje, dat daarom gemakkelijk te vinden is.
Naast de laboratoriumonderzoeken geven ook CT- of MRI-scans waardevolle
informatie over het ziektebeeld, met name over het beloop. CT en MRI kunnen
echter geen 100 procent zekerheid geven over de diagnose.
Prenatale diagnostiek
Als er eerder in het gezin een kind is geboren met de ziekte van Canavan, kan bij
een volgende zwangerschap bij het ongeboren kindje getest worden of het de ziekte
ook heeft. Dat kan met een vlokkentest of met een vruchtwaterpunctie. Het is wel
noodzakelijk dat het defect op DNA-niveau bekend is.
Prenatale diagnostiek kan ook worden aangeboden aan stellen die een verhoogd
risico lopen, omdat bekend is dat zij beiden drager zijn van de genetische afwijking
die de ziekte van Canavan veroorzaakt. In Ashkenazi-Joodse bevolkingsgroepen
komt dragerschap voor de ziekte van Canavan zo vaak voor, dat screening
aangeboden wordt, bijvoorbeeld voor het huwelijk of voor zwangerschappen. Als
beide partners drager zijn, kan prenatale diagnostiek toegepast worden. Een klinisch
geneticus is de arts die voorlichting geeft over erfelijkheid en onderzoek naar
erfelijkheid, ook voor bijvoorbeeld familieleden.