Inleiding
Wat is Pontocerebellaire Hypoplasie (PCH)?
Pontocerebellaire hypoplasie is een erfelijke aandoening waarbij de kleine hersenen
(het cerebellum) en een deel van de hersenstam (de pons) te klein (hypoplastisch)
zijn. Als gevolg hiervan hebben kinderen met PCH een ernstige
ontwikkelingsachterstand en blijft ook de groei van andere delen van de hersenen
achter. Hoewel de aandoening erg zeldzaam is zijn er inmiddels 10 vormen of
subtypen van PCH beschreven. PCH2 is de meest voorkomende vorm van PCH.
PCH6 (pontocerebellaire hypoplasie, type 6) is een erfelijke stofwisselingsziekte. Met
’stofwisseling‘ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld.
Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor
het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons
lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de
stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt
zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal
niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot minder of meer ernstige klachten
leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.
Verschillende vormen van pontocerebellaire hypoplasie
Het onderscheid tussen de verschillende vormen van PCH wordt gemaakt aan de
hand van de ziekteverschijnselen en de onderliggende genetische oorzaak. .
PCH1 – veranderingen van de hersenen en het ruggenmerg leiden tot spierzwakte
en een vroegtijdig overlijden, meestal voor het eerste levensjaar. PCH1 wordt
meestal veroorzaakt door mutaties in het EXOSC3 gen.
PCH2 – kleinere hersenen dan normaal, die krimpen gedurende het leven, waardoor
de hoofdomtrek steeds meer achterblijft. Zowel motorisch als mentaal is de
ontwikkeling ernstig vertraagd, of geheel afwezig. Kenmerkende spasticiteit,
onbedwingbare bewegingen in armen en benen, slikstoornissen en epileptische
aanvallen. PCH2 is de meest voorkomende vorm van PCH en wordt veroorzaakt
door mutaties in het TSEN54 gen (meest frequent), TSEN2 of TSEN34.
PCH3 – vergelijkbaar met PCH2 zonder de kenmerkende bewegingsonrust, maar
met afwijkingen aan de oogzenuw. PCH3 wordt veroorzaakt door mutaties in het
PCLO gen.
PCH4&PCH5 – vergelijkbaar met PCH2, maar ernstiger zodat al direct na de
geboorte beademing nodig is. Bij de geboorte is vaak te veel vruchtwater door een
slikstoornis die al voor de geboorte bestaat, stijve vervormde gewrichten en een
ademstoornis waardoor vaak al direct een blijvende behoefte ontstaat aan
beademing. Door al deze factoren is de overlevingskans zeer gering. PCH4 en PCH5
zijn onafhankelijk van elkaar beschreven door verschillende onderzoekers, maar zijn
volgens de laatste inzichten identiek en worden veroorzaakt door mutaties in het
TSEN54 gen. Maar de gevolgen van deze mutaties zijn ernstiger dan bij PCH2.
PCH6 – de mitochondriële ademhalingsketen (energievoorziening van de cel) is
aangedaan in de spieren en in de hersenen. PCH6 kan dus ook tot de mitochondriale
ziekten worden gerekend. Ook deze vorm is ernstig en kan leiden tot vroegtijdig
overlijden. PCH6 wordt veroorzaakt door mutaties in het RARS2 gen.
PCH7 – zeer zeldzame vorm van PCH, waarbij de mannelijke geslachtsontwikkeling
gestoord is.
PCH8– eveneens een zeer zeldzame vorm van PCH, tot nu toe zijn slechts enkele
patiënten beschreven. PCH8 wordt veroorzaakt door mutaties in het CHMP1A
gen.PCH9- Eveneens zeer zeldzaam. Kenmerkend is een bepaalde vorm van de
hersenstam op de MRI. PCH9 wordt veroorzaakt door mutaties in het AMPD2 gen.
PCH10- Ook zeer zeldzaam. De grote en kleine hersenen zijn ongeveer in gelijke
mate aangedaan en soms zijn er ook afwijkingen in het ruggenmerg. PCH10 wordt
veroorzaakt door mutaties in het CLP1 gen.
Het defecte of ontbrekende enzym
Bij PCH-6 is er een probleem met het gen RARS2. Dit gen codeert voor een enzym
dat betrokken is bij de energieproductie in mitochondriën. Mitochondriën zijn de
onderdelen in cellen die zorgen voor energieproductie. Tijdens de ontwikkeling van
het zenuwstelsel heeft het lichaam meer energie nodig. Dit verklaart ook waarom
afwijkingen in de mitochondriën zo vaak leiden tot problemen in het zenuwstelsel,
zoals de hersenen.
Zeldzaamheid
PCH6 is erg zeldzaam. Er zijn wereldwijd slechts enkele patiënten bekend. Het
precieze aantal is niet bekend.
Symptomen
Patiënten hebben ernstige klachten, zoals epileptische aanvallen. Deze aanvallen
zijn al aanwezig vanaf de geboorte. Ze zijn moeilijk onder controle te brengen met
medicatie en kunnen gepaard gaan met een ademstilstand. Er is geen motorische
ontwikkeling en het voeden van de baby is lastig. Vaak is er ook refluxziekte. Dit
houdt in dat maagzuur terug naar de slokdarm stroomt. Dit leidt tot zuurbranden.
De zieke kinderen wegen vaak een stuk minder dan normaal en hebben een kleine
omtrek van het hoofd. De hersenen worden steeds kleiner. Er is een ernstige
ontwikkelingsachterstand. Vaak is er ook sprake van spierzwakte. Uiteindelijk kunnen
de patiënten verlammingen krijgen aan hun armen en benen.
Kinderen met PCH6 kunnen op jonge leeftijd overlijden, al is de precieze
levensverwachting niet bekend.
Diagnose
Bij deze ziekte kan de hoeveelheid melkzuurin het bloed en hersenvocht verhoogd
zijn. Op een MRI-scan kunnen afwijkingen aan de hersenen gezien worden. Hierbij is
te zien dat de grote en kleine hersenen een stuk kleiner zijn dan normaal. De
diagnose kan bevestigd worden, door veranderingen (mutaties) in het RARS2 gen
aan te tonen.
In spieren kan de werking van de mitochondriële complexen getest worden. Hiervoor
is het nodig een klein stukje spierweefsel af te nemen (biopt). Deze mitochondriële
complexen zijn verantwoordelijk voor de daadwerkelijke energieproductie. Vaak
werkt bij PCH6 een deel van deze complexen niet goed. OPMERKING: Deze
waarden zijn vaak niet afwijkend.
Het is erg lastig om tot een juiste diagnose te komen. Er zijn namelijk veel
verschillende genetische afwijkingen die leiden tot dezelfde soort klachten.